Bezoek me ook op

Het kind 1)

Kind 
1)
In ons huis ruikt het naar groene zeep en boenwas. Mama wrijft  met een zachte, gele stofdoek over de meubels en de schilderijlijsten en haalt met een zwabber het stof onder de bedden vandaan.
Geboeid kijk ik hoe ze de zwabber uit het raam steekt en hem om en om draait  en het stof als sneeuwvlokken naar beneden dwarrelt.
Boven onze tafel in de huiskamer hangt een lamp die op een rimpelrokje lijkt en op de schouw staan twee glimmend gepoetste koperen kandelaars. Er staat ook een gong van koper.  Het kloppertje heeft een houten bolletje. Het geeft een mooie klank.
In de gang hebben wij een koperen gravure van pater Damiaan en wij hebben een mooie zwarte blikken doos om onze schoenpoetsspullen in te bewaren. Hij ruikt lekker.
Poets slim Gebruik Glim staat er op geschreven
Op de vloer ligt bruin zeil met donkerbruine bloemen en een rood vloerkleed met franjes aan de uiteinden.  Als ze in de war zitten kam ik ze met mijn vingers recht.
In alle kamers van ons huis hangt een kruisbeeld, behalve op de w.c. 
Het zou erg oneerbiedig zijn om Jezus in de stank te hangen.
- Het is anders maar een beeld - zegt mijn broer.   
 
Wij hebben ook nog beelden van de heilige Jozef, moeder Maria, de heilige Theresia, Antonius van Padua en van God zelf.
Omdat Hij de belangrijkste van allemaal is heeft Hij op zijn console een lampje staan.  Er zit een kruisje in dat oranje oplicht als het lampje aan is.
Zijn handen zitten met ijzeren pinnen in zijn armen zodat je ze in verschillende standen kunt zetten. 
Mijn broer draait ze soms met de palmen naar boven en legt er een  knikker of een spruitje in.  Dan wordt mama boos en zegt dat hij niet met God mag spotten. 
- Hij zal je straffen! - 

We hebben mooie gekrulde haakjes aan onze keukenramen zitten.
In de zomer zet mijn moeder ze open en bollen de groen- wit geruite gordijntjes in de wind.